HC Don Bosco Gent - Sasja 3

  • Lev Detrez

  • MATCHVERSLAG

  • COMPETITIE

Sajsa logo

26-25

Tweemaal dubbele woordwaarde.

Terwijl de temperaturen neerwaarts daalden en het Noorderlicht aan de bovenkant van deze aardkloot de hemel kleurde, stonden wel 15 frisgewassen beren van Den Drei klaar om het in 60 minuten klaar te spelen tegen de fiere dragers van de naam van de grondlegger van de congregatie Salesianen van Don Bosco. Gent dus. Door den tunnèl, onder ‘t water, tot over de brug waar 90 de limiet is. Dan nog een paar keer links en minstens één keer rechts, tot Sporthal Hekers met zijn blauwe betonnen vloer als een fata morgana opduikt — met dat verschil dat het geen waanvoorstelling is, maar een écht gebouw waarvan de eerste steen bij wijze van statement in de toog van de kantine werd gelegd. De plek waar diezelfde 15 beren de laatste time wél probleemloos naar zich toe konden trekken. Het relaas van een avond vol emoties, gestrikte nestels en een lijf waaraan alles, behalve de kuit, kapot ging.

Aan het begin van een wedstrijd tussen de leiders van een competitie is het verloop nooit te voorspellen, laat staan de uitkomst. Bij het begin van een verslag van uw favoriete huurwoordenaar hebt ge als lezer naar de nauwkeurigheid van feiten evengoed het raden. Gelukkig kan er gerekend worden op allerhanden stijlfiguren, beeldspraken, en zelfs links of rechts een rake quote. Of zoals Einstein in het linker oortje van Petra De Sutter fluisterde: ‘A dog is the enemy of a prostaatexamen’. Dat klinkt misschien raar, maar behalve Rik Torfs is er niemand geschikter om in De Afspraak de echtheid ervan in twijfel te trekken. Dat is het Gent om U tegen te zeggen, al is het maar om een woordspeling die drie weken geleden relevanter had geweest, krampachtig te doen kloppen. Dat bekende fenomeen wordt omschreven als achter de feiten aanlopen. 

Dit bruggetje, beste vrienden, brengt ons naadloos bij de orde van de dag: we hadden het bijna vlaggen dit weekend. Maar zoals steeds: wie laatst wappert, best wappert. Of zoiets. 

We starten met een quizvraag! Wat hebben stront, aambeienrooier, vagijn en paardenlul met de wedstrijd van dit weekend gemeen? Wel, ze leveren punten op, in Scrabble, maar niet bepaald de properste. Alhier een eerste poëtische beeldspraak die verklapt dat we de volle 60 minuten nodig hadden om deze twee punten op zak te mogen steken. Ha, zak. Ook dat is een lelijk woord. Maar ook zak levert punten op. Bij Scrabble alweer. Bij ons thuis moet die eerst met punten gevuld worden, alvorens op donderdag nog eens stevig door te zakken. Dat zal voor februari zijn. Ook al doen ze in Leuven hun best om de 0% drinkbaar te maken, ge zit na eentje sneller met een opgebalzen gevoel, dan na twaalf en een halve tripels.  

Terug naar de wedstrijd dan: er werd uitmuntend verdedigd, bij momenten. Fantastisch aangevallen, bij momenten. En zelfs Den Drei had zijn momenten, net als de twee arbiters. Vooral aan de zevenmeterlijn van de bezoekers. Gelukkig stond er, bij momenten, een blok graniet in de goal, die de netten schoon hield. 

Hoedanook, we hadden er flink op getraind en het heeft geloond. Die met het meeste aantal kilometers op de teller hebben gewonnen, op ervaring, op karakter, op gewicht, en op souplesse. Het was magisch, alsof De Sint himself zijn zege gaf. Lees: we hebben een beetje piet gehad.

Tot slot nog één duidelijke boodschap: aan de vriendelijke, steeds breed glimlachende coach van de stroppendragers, die ondanks verwoede pogingen tot vleierij niet vermeld wou worden op de website van de Hobokense concurrent: da gade gij ni bepalen, makker

Tot volgend jaar, in Liga 1. Of ni? Of wel? Toch?

Krak, boem.